Gepost op

Over de kweek van een 4de en een 5de ronde…

 

Meer dan 60 jaar geleden trof men in de lagere school regelmatig kinderen aan, meestal uit grote gezinnen, die te mager, te klein of misvormd waren, kortom waar van alles aan scheelde door ontbering. Vaak hadden ze in stilte en -schaamte, de tering opgelopen (Tuberculose, een slepende
ziekte) want de voeding was pover en er waren buiten levertraan -dat naar bedorven vis smaakte- nauwelijks vitamines. Als de moeder een slechte borst had en men verdroeg geen koeienmelk, dan had men pech want er was geen speciale eiwitrijke kindervoeding.

Dergelijke kinderen konden later moeilijk uitgroeien tot topsporters, vaak droegen ze hun hele leven de sporen mee, van wat ze in hun jeugd misgelopen waren. Om niet te spreken van de te vroeg versleten ouders, die zichzelf opofferden, door het zware gezin bij wijze van spreken onder geakkerd
werden, en ze hun kroost -om ondanks de schaarste- alles wat ze hadden trachtten mee te geven.

Er waren toen geen doeltreffende voorbehoedsmiddelen en met veel kinderen had men later uitzicht op ouderzorg, de enige waarborg voor de oude dag.
Mijnheer Pastoor noemde het de “kinderzegen”…

 

We willen dit een beetje vergelijken met opgedreven kweekprogramma’s in de duivensport, met dit verschil dat we nu wél beschikken over middelen voor een speciale aanpak.

Ik adviseer veel befaamde liefhebbers, die grote vraag hebben naar jonge duiven van ouders die goed presteren, om hier slim mee om te gaan. Die ouders raken afgepeigerd door de spelomstandigheden en zijn soms niet meer om aan te zien. De jongen ondergaan eveneens deze netelige toestand en zien er vaak navenant uit. Een aangepaste ondersteuning is absoluut noodzakelijk.

Inderdaad een 4de en 5de ronde zou in theorie geen probleem mogen zijn. Specifieke kweekduiven kunnen het zelfs 7 a 8 keer, zonder noemenswaardige problemen. De eieren verplaatsen is ook een uitweg, waarbij we evenwel de duivinnen zwaar-, zo niet overbelasten. Psychisch kunnen deze duiven zulke uitdaging zeker aan. Wij zetten de oerinstincten van de voortplanting in gang, waarbij de ouders hun plicht eervol zullen vervullen door zichzelf volledig weg te cijferen. De duivinnen nemen het leeuwenaandeel van het werk op zich en raken het meest afgetakeld.

En precies daar zit ons probleem.

De jongen van de 4de en de 5de ronde dragen in zich wel de gewenste genen waarvoor ze werden aangekocht, maar zijn vaak fysisch maar een schaduw van ze zouden kunnen zijn. Wanneer de gereserveerde duifjes worden afgehaald krijgen we vaak een triestig beeld … Ze missen de weelde van een vroege kweek omdat ze uit een intens productieprogramma rollen. Vaak voel je nog enkel vel, pluimen en knook. Let op, ziek zijn ze (nog) niet, maar het is geen ideale toestand. We horen op zijn minst ook te zorgen dat ze de ondersteuning krijgen waar ze recht op hebben. Ooit zei de wijze Jan Grondelaars dat je de koppels voor de kweek in dezelfde conditie moet brengen dan die voor de wedstrijden. En de jongen die opgroeien mogen op geen enkel ogenblik met tekorten zitten, want we ontnemen ze kansen op succes als volwassen duif.

Zijn dan de huidige voedermengelingen en kweekschema’s onvoldoende?

Uiteraard houden de voederfabrikanten zo veel mogelijk rekening met de bijzondere behoefte tijdens de kweek. Deze mengelingen hebben voornamelijk een hoger gehalte aan eiwit. Naast de gekende aanvullingen van vitamines, mineralen etc, hebben we voor een 4de en een 5de ronden noodzaak aan extra VETSTOF en EIWIT. We vermelden hierbij dat er voor de koolhydraten (suikers) geen probleem is, die hebben ze meestal meer dan voldoende uit het zetmeel in de granen.

Het Comed kweekprogramma voorziet oliën (Curol, Fertol) waarbij de extra vet behoefte grotendeels is gedekt, betreffende de eiwitten is de natuurlijke bron Levicom zeker aan te raden. Deze verrijkte biergist bevat 40% eiwit en is interessant om reeds tijdens de kweek toe te voegen.

Niet vergeten: als we extra eiwit geven zal de zuurtegraad in de darm verlagen en wordt Roni noodzakelijk. Hij houdt het zuur op peil zodat de afweer van darm in evenwicht blijft. Al deze tussenkomsten zorgen dat de kropmelk van de ouders -die de jongen de eerste 4 dagen krijgen- rijk is aan vet en eiwit. Zo krijgen ze een vlotte start en kunnen ze in theorie tot het spenen, de voeding optimaal opnemen en niets te kort hebben.

De algemene aanvullingen Winmix , Tempo 60 , Fertibol (calcium en fosfor ) zijn ruim voorzien in het kweekschema.
Dit systeem werkt uitstekende tot en met de 3de ronde.

Voor een 4de en 5de ronde moet men de kweekproducten uit het schema in elk geval tot enkele weken na het spenen doorgeven, zowel aan de ouders
als aan de jongen.

Kan men nog iets bijkomend ondernemen?

EIWIT en VET hebben de ouders rijkelijk aan hun jongen afgevoerd via de kropmelk en moeten snel opgevuld worden. Bovendien moeten we van deze belangrijke bestanddelen nu meer verstrekken mede omdat hun opname vermindert door een afgenomen hormoonwerking van af de 4de ronde.

Als eiwitaanvulling bevelen we Enercom aan, het bevat meer dan 90% goed opneembaar eiwit.

De vetstof aanvulling gebeurt bij voorkeur met Load Pul ( 80% vet en 15% calcium).

Men mag bij deze bij zware kweekprogramma’s van de 4de en de 5de ronde, zeker dagelijks 1 soeplepel per kilo geven aan de ouders én aan ook aan de jongen. Men moet deze aanvulling verder zetten tot enkele weken na het spenen.

Paul Huls gaf me de tip om het de liefhebber gemakkelijk te maken en hiervoor een “all in”, product te ontwikkelen. De researchafdeling van Comed is aan de slag gegaan en hoopt spoedig zulk een totaal preparaat, dat Procalip zal noemen, met een hoog gehalte aan goede eiwitten en vetten te kunnen voorstellen, speciaal om de ver doorgedreven kweekprogramma’s efficiënt te ondersteunen.

Geïnteresseerde liefhebbers die aan de testen willen deelnemen mogen zich aanmelden (customerservice@comed.be).

We houden u alleszins op de hoogte.